Home
Massage
Email
Haptonomie
Luisterlessen
Thema's
Hier doet het pijn
Ontspandag
Disclaimer
Tractus Iliotibialis frictie syndroom
Runners knee / Lopersknie
15 vragen over het Tractus Iliotibialis frictie syndroom
Runners knee / Lopersknie

1) Wat is het Tractus Iliotibialis frictie syndroom eigenlijk?
Het is een klassieke overbelastingsblessure. De pijnplek zit aan de buiten-
bovenzijde van de knie. Tussen de buitenzijde van de heup en de bovenkant van
het onderbeen zit een verbinding van spieren, pezen en een peesplaat. Vlak boven
de aanhechting van deze peesplaat aan het onderbeen kan de pees "aanlopen"
tegen een uitstekend "puntje" op het bot. Als dat gedurende langere tijd
voortduurt, gaat de boel irriteren en ontstaan pijnklachten. De pijn kan zo heftig
worden dat het sporten moet worden gestaakt.

2) Kan iedereen een frictie syndroom krijgen?
Het frictie syndroom komt vooral veel voor bij hardlopers en ook wel bij wielrenners. Maar ook andere sporters die rennen om hun conditie te verbeteren zijn goede kandidaten hiervoor.

3) Zijn er nog bepaalde risicofactoren die een rol kunnen spelen?
Ja, er zijn een aantal persoonsgebonden risico's te benoemen.
Allereerst de sporter met O-benen. Je kunt je indenken dat als de pees "om de bocht" zijn aanhechting moet vinden, elke beweging in de knie wrijving zal geven.
De "mate van O" zal de ernst van de klacht bepalen.
Een andere oorzaak is verkorte spieren aan de buitenzijde van het bovenbeen.
Ook zonder O-benen zal de boel hierdoor extra onder spanning staan en gaan protesteren.
De derde persoonsgebonden oorzaak is een gekanteld hielbeen. Hierdoor kan de
stand van onder- en bovenbeen minder gunstig zijn en klachten veroorzaken.

4) Zijn dit alle persoonsgebonden factoren?
Neen. Het belangrijkste risico is dat de sporter te snel, te veel wil presteren. Een onverstandige trainingsopbouw en onvoldoende warming-up zijn de belangrijkste
oorzaken.

5) Welke overige factoren zijn er nog meer voor het frictie syndroom?
Dat zijn de materiaal zaken zoals loopschoenen met aan de buitenzijde versleten hakken of het gebruik van schoenen met een anti-pronatie aanpassing terwijl dat niet nodig is. Deze verkeerde schoenkeuze komt helaas vaker voor dan je zou verwachten.

6) Hebben we dan alle oorzaken gehad voor het frictie syndroom?
Een externe oorzaak is de ondergrond waarop wordt gelopen. Om de afwatering goed te regelen zijn de meeste wegen enigszins bol aangelegd. Als je altijd aan de linker kant van de weg rent (zodat je het verkeer ziet aankomen) heb je kans dat
je aan de linker knie (lage kant) klachten krijgt.
Ook steeds het zelfde rondje rennen met een stuk schuin strand in de route kan klachten uitlokken.

7) Als ik dit zo lees verbaas ik mij erover dat je ook géén klachten kan
hebben. Kun je er ook iets aan doen?
Heel effectief is geheel stoppen met hardlopen. Hierdoor zullen de pijnklachten snel
afnemen.

8) Volgens mij gaat mijn conditie niet snel vooruit met dit advies. Is er
een beter alternatief?
Helemaal stoppen is ook niet aan te raden. Wel is het verstandig de
trainingsomvang in eerste instantie fors te verminderen. Ik adviseer meestal tot
50% van de oude omvang. Daarna moet je dan weer echt rustig opbouwen. Blijf
met de training altijd onder de pijngrens.

9) Ik wil niet minder bewegen. Dan word ik thuis lastig. Hoe los ik dat op?
Dan kun je andere bewegingsvormen gaan zoeken die de knie minder belasten.
Zwemmen (rustig crawlen), fietsen (rustig pedaleren), schaatsen en skaten zijn
goede alternatieven om je energie kwijt te raken. In de tuin werken, liefst mijn
tuin, is ook heel effectief.

10) Is minder trainen afdoende om te herstellen van het frictie syndroom?
Neen, daarnaast zal ook de oorzaak moeten worden opgespoord en weggenomen.
Meestal zijn een goede warming-up met extra rekoefeningen voor de buiten-
bovenbeen spieren en een gevarieerde looproute al voldoende.

11) Hoe rek ik die spieren?
Om de linker kant te rekken plaats je de rechter voet voor het linker been langs
aan de buitenzijde van de linkervoet. Laat het gewicht rusten op de linkervoet. Buig
met de romp en de armen naar de grond rechts van de voeten.
Deze oefening ook voor de andere zijde uitvoeren. Ook als je daar (nog) geen
klachten hebt.

12) Kan ik, aansluitend aan de training, nog iets extra's doen?
Ja, het kan nuttig zijn om na elke training even te koelen. Koelen dempt de
eventuele pijn en voorkomt voor een deel een mogelijke ontstekingsreactie.
Koelen doe je met water, cold pack of ijs. Denk aan bescherming van de huid
tegen bevriezen en koel maximaal 15 tot 20 minuten. Na een uurtje nog eens
koelen is een goed vervolg.

13) Als het frictie syndroom na twee weken nog niet over is, wat kan ik dan nog meer doen?
Dan is het zeker tijd om bij de huisarts langs te gaan. Indien nodig kan dan
fysiotherapie worden geprobeerd en gekeken worden of de schoenen moeten
worden aangepast door een podoloog. Bij echte duurlopers kan het nodig zijn om
ook geringe beenlengteverschillen (1 cm) te corrigeren.

14) Ben ik er dan echt vanaf?
Niet altijd, in heel hardnekkige gevallen kunnen injecties met corticosteroïden
worden toegepast en bij echte O-benen zal operatief ingrijpen nodig kunnen zijn.

15) Nu weet ik hoe ik er aan kom en hoe ik er weer vanaf kan komen.
Kan ik ook voorkomen dat het zover komt?
Dat is het verstandigste. Zorg voor goede schoenen, een goede en rustige
trainingopbouw met een gevarieerd parcours. Doe bovendien een goede
warming-up met voldoende rekoefeningen.
En vooral: Luister naar je lichaam, dat is je beste adviseur.


Arie Meijboom
Sportmassagepraktijk Meijboom
Castricum
7 augustus 2004